Islam – de jongste van de grote monotheïstische wereldreligies
Het aantal aanhangers van de islam wordt geschat op tussen de 690 miljoen en één miljard. De islam werd voor het eerst verkondigd door Mohammed Ibn Abdullah (570-632), later bekend als de profeet Mohammed, een koopman uit Mekka. Zijn uitgebreide reizen met handelskaravanen, evenals zijn diepe religieuze interesse, gaven hem kennis van de religies in zijn omgeving. De Koran is het heilige schrift van de islam. Volgens het islamitische geloof bevat het de letterlijke openbaring van God (Allah) aan de profeet Mohammed, overgebracht door de aartsengel Gabriël.
De islam kent twee hoofdstromen: het soennitische en het sjiitische geloof. De centrale leer is dat er geen god is dan Allah en dat Mohammed zijn laatste en meest volmaakte profeet is.
De vijf zuilen van de islam, dat wil zeggen de belangrijkste religieuze voorschriften en plichten van een moslim, zijn afgeleid van de Koran en de Soenna:
1. Shahada, de geloofsbelijdenis
2. Salat, het dagelijkse vijfmaal gebed
3. Sakat, het geven van aalmoezen
4. Saum, het vasten tijdens de heilige maand Ramadan.
5. Hadj: De bedevaart naar Mekka moet minstens één keer in iemands leven worden ondernomen, mits dit financieel en qua gezondheid mogelijk is.
Veel Egyptenaren houden zich strikt aan de voorschriften van de islam. Ook wordt de hoofddoek door veel vrouwen weer vrijwillig gedragen.
